|
(c) Valkhofstichting te Nijmegen |
|
|
Het Valkhofgebied afgebakend. Lokatie en strategische waarde: Bataven en Romeinen Het
gebied in Nijmegen-Centrum tussen de Waalkade en het Kelfkensbos werd al voor
onze jaartelling bewoond en heeft in de geschiedenis van de stad en omgeving
altijd een belangrijke rol gespeeld. Een prominent onderdeel van dit gebied,
gelegen ten noorden van de Voerweg, is sinds de late Middeleeuwen beter bekend
onder de naam Valkhof. Na
de ineenstorting van het Romeinse Rijk was het Valkhof niet of nauwelijks
bewoond. De periode van de zogeheten Grote Volksverhuizing breekt aan. Hierna
ontstond een periode van relatieve rust onder de Merovingische vorsten. Langzaam
maar zeker ontstaat in een periode van enkele eeuwen het Frankische Rijk,
grofweg het gebied van het huidige Duitsland, Frankrijk, Benelux en Noord-Italië.
Keizer Karel de Grote was de meest bekende Frankische heerser. Aken
was één van de belangrijkste steden in het Rijk maar geen officiële
hoofdstad. De keizer kende in zijn Rijk diverse paltsen (versterkte lusthoven).
Hij trok van palts naar palts om belastingen te innen en toezicht te houden op
het lokale en regionale bestuur. Ook op het Valkhof was een palts gebouwd,
aanvankelijk van hout en later van steen. Het is bekend dat de Nijmeegse Palts
diverse keren door Keizer Karel is bezocht, onder andere tijdens Pasen in het
jaar 777. Ook de nazaten en opvolgers van Karel de Grote zijn hier een aantal
keren geweest. De Ottoonse keizers: Stichting van de St. Nicolaaskapel Na
de Karolingische vorsten komen de Ottoonse (Duits-Roomse) keizers aan het
bewind. De bekendste Ottoon is voor Nijmegen zeker Keizer Otto II, door zijn
huwelijk met de Byzantijnse prinses Theophano. Hun eerste kind werd in het
Reichswald vlakbij Nijmegen –misschien bij Groesbeek- geboren, onderweg naar
de burcht. Enkele jaren later overleed Keizerin Theophano op Het Valkhof in jaar
991. De Palts van de Ottonen werd door oorlogshandelingen zwaar beschadigd maar
ook geplunderd en in brand gestoken door onder meer de Noormannen. We weten dat
de St. Nicolaaskapel rond deze periode moet zijn ontstaan. Het is ook mogelijk
dat Theophano, vanuit haar directe relatie met de oosterse cultuur, deze kapel
met achthoekige kern heeft laten stichten. De patroonheilige St. Nicolaas
verwijst door zijn Byzantijnse oorsprong naar het Oostelijke chistendom. De
Rooms-Duitse Keizer Frederik Barbarossa geeft in de twaalfde eeuw opdracht om de
Nijmeegse Palts te herstellen en om te bouwen tot een echte versterkte burcht.
Baksteen was nog niet beschikbaar; de burcht werd helemaal uit tufsteen
opgetrokken. Uit een bewaarde gedenksteen blijkt dat het werk in het jaar 1155
voltooid moet zijn. Middelpunt van de Barbarossa-burcht vormde wel de Donjon,
later ook Reuzentoren genoemd. Deze toren was een massief bouwwerk, zonder ramen
en deuren op de begane grond en eerste verdiepingen en dus ideaal voor de
verdediging tijdens een belegering. Er was altijd genoeg proviand opgeslagen en
zeer waarschijnlijk was er een waterput. Op het burchtterrein was naast de St.
Nicolaaskapel nog een tweede kapel aanwezig: de St. Maartenskapel. Deze kapel
was rechthoekig van vorm en daardoor functioneler in het gebruik. Het
burchtcomplex werd langzaam maar zeker uitgebreid met diverse gebouwen zoals een
Rijkszaal, keukens, woonruimten voor personeel en stallen. De St. Maartenskapel
werd in deze gebouwen geďntegreerd. Het koorgedeelte stak nog uit. Dit is
bewaard gebleven onder de naam Barbarossaruďne. We weten overigens niet zeker
of Barbarassa wel de stichter van deze kapel was. Na
enkele eeuwen ontstond vanaf circa 1450-1500 het uitgebouwde burchtcomplex dat
we van de eerste topografische kaarten uit de Late Middeleeuwen kennen, tot aan
de prenten van Hendrik Hoogers uit 1794 vlak voor de afbraak van de burcht. Late Middeleeuwen: Karel V en de Hertog van Alva Op
het Valkhof is het altijd een komen en gaan vorsten en andere bestuurders sprake
geweest. Nijmegen behoorde tot het Habsburgse Rijk en in de 16de eeuw is Keizer
Karel V er nog geweest. Maar ook de Hertog van Alva, de militaire rechterhand
van de keizer en zijn zoon Philips II in onze streken. Anna
van Oostenrijk, de toen toekomstige bruid van Karel's zoon, Philips II, heeft in
1570 gedurende haar reis over het water van Wenen naar Madrid ook een week
gelogeerd op het Valkhof. Zij is in Nijmegen vorstelijk onthaald door Alva en
daarbij heeft de St. Nicolaaskapel nog een opknapbeurt ondergaan. De huidige
plafondschilderingen zijn daar een overblijfsel van. Door de opkomende strijd
tussen de protestanten en katholieken werd Noord-Nederland zelfstandig onder
Willem van Oranje. Nijmegen verviel aan de protestanten en de kapel werd aan de
kerkelijke eredienst onttrokken. Op diverse schetsen en tekeningen zien we dat
de kapel als opslagplaats en keuken werd gebruikt. Afbraak van de burcht in 1796 en 1797 Aan
het einde van de achttiende eeuw rommelde het in Europa. In Frankrijk brak een
revolutie uit. Ook in Nederland was het onrustig en Stadhouder Willem V werd
door de zogeheten Patriotten-beweging uit Den Haag verdreven. Hij bracht de
winter van 1787-1788 met zijn gezin door op de Valkhofburcht. Zijn
macht werd tijdelijk hersteld, maar enkele jaren later werd Nederland bezet door
de Franse legers van Napoleon. De burcht raakte licht maar niet onherstelbaar
beschadigd. Toch werd in 1795 door het Provinciaal bestuur van Gelre besloten om
de burcht te laten slopen, met als officiële reden het (te) kostbare onderhoud.
Echter: het is niet ondenkbeeldig dat ook jaloezie van andere steden heeft
meegespeeld. Tufsteen was een kostbare grondstof voor tras, een soort watervaste
cement en het grootste deel van de gebouwen was uit tufsteen opgetrokken. Zo
werd de burcht in twee jaar tijd in 1796 en 1797 gesloopt. Alleen de St.
Nicolaaskapel en St. Maartenskapel (later Barbarossa-ruďne) konden door de stad
worden teruggekocht en bleven zo gespaard, samen met funderingsresten van de
ringmuur. Uiteindelijk werd op het sloopterrein een park in de zogeheten Engelse
landschapsstijl van J.D. Zocher aangelegd. De St. Nicolaaskapel werd vanaf dat
moment gebruikt voor opslag van materiaal en gereedschap voor het parkonderhoud.
Dit zou duren tot 1978. De Valkhofvereniging opgericht in 1978 Mede
uit onvrede met het gebruik van de St. Nicolaaskapel door de Plantsoenendienst
werd in 1978 de Valkhofvereniging opgericht. De vereniging heeft als doel om het
Valkhof –de meest historische lokatie van Nijmegen- onder de aandacht van een
breed publiek te brengen. Dit doet zij onder andere door: ·
Behouden
en zekerstellen
van de resten van de burcht op het Valkhof (o.a. St. Nicolaaskapel sinds 1978 en
Barbarossaruďne sinds 1996). De vereniging treedt daarbij op als bewaker van
het cultuur-historische en archeologische erfgoed erfgoed op het Valkhof; ·
Toeristische
ontsluiting
door de gratis openstelling van de St. Nicolaaskapel op het Valkhof door
vrijwilligers (periode april tot oktober op woensdag- en zondagmiddag) en het
onderhouden van informatie-panelen in het park; ·
IJveren
voor verantwoorde herbouw
van (of delen van) de voormalige Valkhofburcht, zoals de Donjon of een zogeheten
contourenplan, uiteraard met een zorgvuldige wetenschappelijke voorstudie; ·
Uitgeven
van publicaties: zoals
ons kwartaaltijdschrift Valkhofnieuws, speciale themanummers etc.; ·
Organiseren
van activiteiten op en over het Valkhof zoals de oprichting van de tijdelijke Donjon, maar
ook lezingen excurseis en muziekuitvoeringen. Het
Valkhof te Nijmegen is een monument waarmee zorgvuldig omgesprongen moet worden.
De Valkhofvereniging houdt dit belang zeer goed voor ogen bij de activiteiten in
het park en in de kapel.
|
|
U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan
webmaster@valkhof.nl.
|